Inductie is chill, tot je pannenkoeken gaat bakken. Dan krijg je ineens die fase waarin de eerste pannenkoek te bleek is, de tweede perfect, de derde te donker, en daarna plakt alles omdat je pan weer is afgekoeld. En dan ga je aan die schuif zitten alsof je een dj bent, maar je wil gewoon eten.
Het probleem is niet inductie zelf. Het is dat inductie snel reageert en dat veel pannenkoekenpannen best licht zijn. Dus je temperatuur schommelt sneller. Als je dat eenmaal doorhebt, wordt het juist makkelijk.
De snelle richtlijn
Voor de meeste inductieplaten werkt dit als startpunt:
Stand 6 of 7 om voor te verwarmen.
Daarna stand 5 of 6 tijdens het bakken.
Gebruik liever geen boost om te beginnen. Dat lijkt handig, maar je vet verbrandt sneller en dan krijg je vlekken en die verbrande geur.
Heb je een hele zware pan, bijvoorbeeld plaatstaal of gietijzer: dan kan een tikje hoger prima. Heb je een lichte aluminium pannenkoekenpan: dan juist wat rustiger.
Waarom stand kiezen bij inductie lastig voelt
Inductie verwarmt je pan heel direct. Dat is fijn, maar het betekent ook dat kleine aanpassingen groot effect hebben. En zodra je beslag erin gaat, zakt de temperatuur. Bij een lichte pan zakt hij sneller, bij een zware pan minder.
Daarom werkt bakken op inductie het best met een vaste basisstand en kleine correcties. Niet steeds van 4 naar 9 en weer terug.
Leestip: deze boter is perfect voor het bakken van pannenkoeken
Dit is mijn favoriete aanpak per situatie
Als je gewoon een normale antiaanbak pannenkoekenpan hebt
Dit is de meest voorkomende situatie.
Voorverwarmen op stand 6 of 7.
Bakken op stand 5 of 6.
Merk je dat de pannenkoek te snel donker wordt: ga een halve stand omlaag.
Merk je dat hij lang bleek blijft en plakt: ga een halve stand omhoog en wacht een minuut tot je pan weer op gang is.
Als je pan licht is en snel afkoelt
Dan krijg je vaak het probleem dat pannenkoek 1 en 2 oké zijn, en daarna gaat het wisselen.
Voorverwarmen op 7.
Bakken op 6.
En deze is belangrijk: geef je pan tussen pannenkoeken door tien tot twintig seconden “hersteltijd” voordat je nieuw beslag erin giet. Dat klinkt overdreven, maar het maakt je stapel veel gelijkmatiger.
Als je pan zwaar is en veel warmte vasthoudt
Bij zware pannen is de valkuil juist dat je te heet start en het vet verbrandt.
Voorverwarmen op 6.
Bakken op 4 of 5.
Een zware pan heeft tijd nodig om warm te worden, maar als hij eenmaal warm is blijft hij ook warm. Dus je hoeft niet hoog te blijven staan.
Hoe je ziet of je stand goed is
Ik bak liever op signalen dan op tijd.
Te laag: pannenkoek blijft bleek, randjes drogen niet, en hij plakt sneller als je wil keren.
Te hoog: vet wordt bruin voordat je beslag erin zit, je krijgt donkere vlekken en hij ruikt “verbrand”.
Goed: vet sist zacht, pannenkoek kleurt gelijkmatig en laat vanzelf los als hij klaar is om te keren.
Welke stand bij het keren
Hier gaat het vaak mis. Mensen zien dat de eerste kant langzaam gaat en zetten hoger vlak voor het keren. Dan is de tweede kant ineens te donker.
Mijn regel: niet omhoog vlak voor het keren.
Als je wilt bijsturen, doe dat na het keren of tussen twee pannenkoeken in. Dan blijft je ritme rustig.
Boost stand, wel of niet
Bijna altijd niet.
Boost is handig om water te koken. Niet om boter in te laten smelten. Je boter verbrandt sneller, je pan kan een hittepiep krijgen en je bakt onrustig. Als je per se boost wil gebruiken, doe het alleen heel kort om voor te verwarmen, en zet hem daarna meteen terug naar je bakstand voordat je vet erin doet.
Extra tips zodat je niet steeds moet rommelen
Gebruik een pan met vlakke bodem en liefst een pannenkoekenpan met lage rand. Keren wordt makkelijker en je bakresultaat wordt gelijkmatiger. Als je nog zoekt, kun je intern linken naar je blog beste pannenkoekenpan.
Vet doseren helpt ook. Te veel vet geeft vlekken en rare plekken. Te weinig geeft plakken. Een klein beetje per pannenkoek is meestal genoeg.
En bak in een ritme. Pan heet, klein beetje vet, beslag, wachten op signalen, keren, eruit. Niet tussendoor aan die stand zitten draaien omdat je denkt dat het sneller moet.






